Bezorgd over het beleid: ons bezoek aan de minister

Begeleid Wonen Leuven trok op 4 april 2019 naar het kabinet van Jo Vandeurzen, samen met een tiental cliënten met een beperking. Hij kon niet ingaan op onze uitnodiging om een dagje mee te lopen met onze cliënten, maar wij mochten wel naar hem gaan om onze bezorgdheden over het huidige beleid voor volwassenen met een beperking uit te leggen. De teleurstelling was groot toen bleek dat de minister er niet bij kon zijn. We hebben onze verhalen en bezorgdheden toch op tafel kunnen leggen. De stem van mensen met een beperking kan niet luid genoeg zijn!

Lees de bezorgdheden van onze cliënten, hun netwerk en de medewerkers van Begeleid Wonen:

1. Over schaarse middelen, hoge zorgnoden en veel te lange wachttijden.

Middelen voor Rechtstreeks Toegankelijke Hulp zijn zeer schaars geworden, wachtlijsten ontzettend lang (210 personen op onze wachtlijst voor RTH vandaag). We proberen naar eer en geweten met deze middelen om te gaan en begeleiden meer mensen dan waarvoor we  erkend zijn. RTH is volledig dichtgeslibd.

We stellen vast dat personen met een (heel) hoge zorgnood binnen RTH ‘vastzitten’. Het is waanzin dat cliënten die een kregen toegewezen, worden opgevangen binnen RTH. Dat heeft grote gevolgen voor cliënten en voor begeleiders.

Verder vinden we het zeer vreemd dat binnen trap 1 cliënten recht hebben op een hoger aantal ambulante dan mobiele contacten. Wordt hiermee niet net aan de meest zorgbehoevende groep, het minst ondersteuning geboden?

We stellen vast dat professionele partners afknappen op de lange wachttijden en het complexe PVF-verhaal. Partners geven het op om naar onze dienst door te verwijzen waardoor zorg op maat onder druk staat.

2. Over een verdwenen doelgroep waarover we ons grote zorgen maken.

Een persoon met een minder intensieve en/of laagfrequente ondersteuningsvraag komt (bijna) niet meer aan bod. We voelen aan dat trap 1 gevuld wordt door trap 2 en dat de personen die zouden ondersteund moeten worden binnen trap 1 er volledig tussenuit vallen. Tot deze ‘verdwenen doelgroep’ horen enerzijds personen met een lage zorgvraag die met een minimum aan ondersteuning preventief geholpen kunnen worden. Anderzijds gaat het ook om zorgwekkende zorgmijders die vaak een zeer hoge zorgnood hebben. Deze doelgroep is in haar totaliteit onzichtbaar geworden, waardoor er op geen enkele manier aan hun ondersteuningsnoden wordt tegemoet gekomen.

3. Over het intake-gesprek of wat er nog moet voor doorgaan.

We hebben als dienst steeds geïnvesteerd in intake en in de waarde van een eerste gesprek. Voor het afstemmen van ondersteuningsvragen van de cliënt en het aanbod van de dienst gaat dit gesprek haar doel voorbij wanneer er jaren voorbij gaan vooraleer begeleiding kan worden opgestart. Eenzelfde bezorgdheid geldt rond de opmaak van de ondersteuningsplannen en de grote investering die hiermee gepaard gaat.

We stellen dag na dag vast hoeveel nood mensen hebben om gehoord te worden. Vervolgens moeten we hen teleurstellen omdat er geen gevolg kan gegeven worden aan hun hulpvraag. Aan personen op de wachtlijst RTH en op de wachtlijst PVF kan geen enkel perspectief geboden worden over een mogelijke opstart. Het intaketeam investeert veel tijd in het mee zoeken naar alternatieve zorg ter overbrugging van de lange wachttijd, maar het aanbod is beperkt en geheel ontoereikend. Medewerkers voelen zich machteloos.

4. Over dynamische ondersteuningsvragen en statische budgetten.

De cliënten met een budget, hebben dat toegekend gekregen voor de zorg die zij op het moment van de inschaling ontvingen. Dat budget is vaak ontoereikend voor de hulp die dagdagelijks nodig is om kwaliteitsvol zelfstandig te leven (gezinszorg, poetshulp, boodschappendienst, minder mobiele centrale, …).

We streven er nog steeds naar om vraaggericht te werken maar botsen op de rigiditeit van het budget/punten.

Wanneer cliënten geconfronteerd worden met een structurele stijging van hun ondersteuningsnoden, wordt geprobeerd om een herprioritering te bekomen of een meervraag te stellen. We botsen hier op wachtlijsten om zelfs de vraag nog maar te laten onderzoeken. In situaties waarbij we vanuit onze expertise en deskundigheid van mening zijn dat voldaan is aan de criteria voor een noodsituatie, stellen we vast dat deze slechts in zeer uitzonderlijke situaties worden toegekend. Weigeringen zijn voor de cliënt, hun sociaal en professioneel netwerk en voor ons vaak niet te vatten.

Wanneer een zorgvrager uiteindelijk aan de beurt is om zijn meervraag of vraag naar herprioritering te laten onderzoeken, dient opnieuw een proces te worden doorlopen. Dit proces is vaak emotioneel belastend. Het is een inkijk in de privésituatie van een cliënt en zijn/haar netwerk die men niet steeds wenst te geven. Hierbij is de begeleider vaak een steunfiguur en noodzakelijke partner. Door zich te laten ondersteunen weegt dit opnieuw door op de beschikbare ondersteuningstijd.

5. Over duidelijkheid en helderheid en vooral het gebrek hieraan.

Naast de wachtlijsten is de te doorlopen procedure heel moeilijk te begrijpen voor cliënten en hun netwerk. Zelfs wanneer dit begrip er is, is het vaak onmogelijk om te weten wat een nodige volgende stap is. Hoe kan je bijvoorbeeld weten of je je ondersteuningsvraag dient te herprioriteren als je niet weet hoe hoog je op de wachtlijst staat binnen de toegekende prioriteitengroep? Cliënten en hun netwerk kijken hierbij voor advies naar de begeleider maar ook deze kan hier geen antwoord op geven.

Communicatie vanuit het VAPH zal juridisch correct zijn maar is, ondanks alle inspanningen hiervoor, niet verstaanbaar voor cliënten en hun netwerk. Gezien de begeleider de vertaling van deze brieven opneemt, heeft dit vaak een negatief effect op het verloop van de begeleiding omdat de cliënt zijn begeleider op dat moment als boodschapper van het VAPH ervaart.

Beste mijnheer de minister, we zijn ervan overtuigd dat we niet de eerste en de laatste zijn die vanuit de praktijk aan de alarmbel trekken. Voor elke verzuchting in deze brief staan voor ons vele heel concrete en vaak ook schrijnende situaties. Wij staan niet roepend op de barricades, maar we gebruiken al onze energie om er dag in dag uit het beste van te maken. Wij pleiten voor toegankelijke zorg op maat voor elke persoon met een beperking.

 

Lees ook: Begeleid Wonen trekt aan alarmbel